ECLI:NL:RVS:2003:AF8619
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving dwangsom voor woninguitbreiding groter dan vergunning
Appellant had een woninguitbreiding gerealiseerd van ongeveer 37 m², terwijl de verleende bouwvergunning slechts een uitbreiding van 20 m² toestond. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam legde een dwangsom op om de uitbreiding in overeenstemming te brengen met de vergunning. Appellant maakte bezwaar tegen deze last, maar dit werd ongegrond verklaard door de voorzieningenrechter.
In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van concreet zicht op legalisering, omdat het bestemmingsplan een uitbreiding tot 20 m² toestond en er volgens hem vrijstelling verleend kon worden voor het resterende deel. De Raad van State oordeelde echter dat de beperking van 25 m² in artikel 20.1.a.2a Bro 1985 alleen geldt voor het deel waarvoor vrijstelling wordt gevraagd en dat het college op grond van gemeentelijke beleidsregels niet verplicht was vrijstelling te verlenen. Hierdoor was er geen concreet zicht op legalisering.
Verder stelde appellant dat het college onredelijk had gehandeld door geen nieuwe begunstigingstermijn vast te stellen, maar ook dit betoog werd verworpen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de handhaving van de dwangsom voor de woninguitbreiding van 37 m², die niet in overeenstemming is met de vergunning voor 20 m².