ECLI:NL:RVS:2003:AF8597
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toevoeging rechtsbijstand in asielprocedure wegens ontbreken bewijsstukken
Appellanten verzochten om een toevoeging voor rechtsbijstand in een asielprocedure, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening werd geweigerd wegens het ontbreken van noodzakelijke bewijsstukken, zoals een geldig verblijfsdocument en financiële gegevens van de asielzoeker.
De raad voor rechtsbijstand verklaarde het administratief beroep van appellanten ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A niet-ontvankelijk en het beroep van appellant B ongegrond. Het hoger beroep bij de Raad van State werd ingesteld tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant A geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor diens beroep niet-ontvankelijk was. Daarnaast mocht het bureau de toevoeging weigeren op grond van artikel 28, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand, omdat de gevraagde bewijsstukken niet waren overgelegd en het verzuim niet was hersteld.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de toevoeging bevestigd.