ECLI:NL:RVS:2003:AF7341
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor aanleg en inrichting van voorhaven aan de Waal ondanks bezwaren
De zaak betreft het hoger beroep tegen de vergunningverlening door de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aan Geertjesgolf B.V. voor de aanleg en inrichting van een voorhaven aan de linkeroever van de Waal. De vergunning was eerder vernietigd door de rechtbank, maar bij een nieuwe vergunningverlening verklaarde de rechtbank het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten, vertegenwoordigers van een werkgroep, voerden aan dat de vergunning onterecht was verleend omdat de activiteiten niet-riviergebonden zijn en daarom onder het strengere "nee, tenzij"-criterium van de beleidslijn "Ruimte voor de rivier" vallen. Zij stelden dat de vergunning niet had mogen worden verleend zonder zekerheid over de zandwinning en dat een integrale toetsing van alle belangen ontbrak.
De Raad van State overweegt dat de Staatssecretaris bevoegd is om de vergunning te verlenen en dat de toetsing aan de beleidslijn terecht als een geheel is gedaan, omdat de verschillende activiteiten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het milieu-effectrapport en aanvullende rapporten ondersteunen dit standpunt. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de vergunning in stand blijft.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 16 april 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de aanleg van de voorhaven wordt bevestigd.