ECLI:NL:RVS:2003:AF6011
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maasbree waarin zij weigerden een procedure voor vrijstelling op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toe te passen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante voerde aan dat het besluit later aan haar gemachtigde was verzonden dan aan haarzelf, waardoor het beroep tijdig zou zijn ingediend.
De Raad van State oordeelde dat de beroepstermijn begint te lopen op de dag na verzending van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Vast stond dat het proces-verbaal op 18 april 2002 was verzonden en het beroepschrift op 28 mei 2002 binnenkwam, waardoor het hoger beroep ontvankelijk was. De kern van het geschil betrof de datum van verzending van het besluit van 15 oktober 2001 aan de gemachtigde.
Het college had aannemelijk gemaakt dat het besluit op 15 oktober 2001 was verzonden, mede op grond van interne postrondes en datumstempels. De Raad van State vond de aantekening op het besluit en de stellingen van appellante onvoldoende om aan te nemen dat het besluit later was verzonden. De rechtbank had derhalve terecht geoordeeld dat het beroep niet tijdig was ingediend en niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.