ECLI:NL:RVS:2003:AF5596
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidie beëindiging varkenshouderij wegens onjuiste waarderingsmethode
Appellant heeft subsidie aangevraagd op grond van de Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS (BEVAR) voor beëindiging van zijn varkenshouderij. De minister kende subsidie toe, maar appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de vergoeding voor te slopen bedrijfsgebouwen en grond. De rechtbank wees het beroep af, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister de term "agrarische waarde" in de BEVAR correct uitlegde als de waarde bij voortgezet agrarisch gebruik, specifiek voor het varkensbedrijf. Vanwege het ontbreken van een representatief referentiekader voor verkoopcijfers in de varkenshouderij gebruikte de minister terecht de methode van gecorrigeerde vervangingswaarde volgens de KWIN-normen. Echter, de minister had niet de juiste afschrijvingspercentages uit de KWIN-V gehanteerd, wat het hoger beroep gegrond maakte.
Ten aanzien van de vergoeding voor de grond zag de Raad van State geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte waardering.