ECLI:NL:RVS:2003:AF3544
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing FR-720 wegens onvoldoende milieubescherming en zorgvuldigheid
De zaak betreft het beroep van de Vereniging Zeeuwse Milieufederatie en Stichting Greenpeace Nederland tegen een vergunning van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat voor het lozen van afvalwater met de stof FR-720 op de Westerschelde. De vergunning werd verleend ondanks het ontbreken van voldoende gegevens over de milieugevaren van FR-720, een persistente, bioaccumulerende en toxische stof.
Appellanten stelden dat de vergunning niet had mogen worden verleend op grond van artikel 8.17 van de Wet milieubeheer, omdat de effecten van FR-720 onbekend en vermoedelijk schadelijk zijn. De Raad van State oordeelde dat de tijdelijke vergunning niet passend was, omdat het hier niet ging om een experimentele fase maar om een stof met ernstige milieuzorgen en onvoldoende onderzoek vooraf.
De Raad stelde vast dat de vergunningverlening in strijd was met de zorgvuldigheidseis van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat voorafgaand onderzoek ontbrak. Ook het besluit van de provincie Zeeland werd vernietigd. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De vergunning voor lozing van FR-720 wordt vernietigd wegens onvoldoende milieubescherming en schending van zorgvuldigheid.