ECLI:NL:RVS:2002:AE5974
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning veehouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder en afstandseisen
Bij besluit van 27 november 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Ede een revisievergunning aan een veehouderijhouder voor uitbreiding van het aantal dieren. Appellante, de Vereniging Milieu-Offensief, stelde dat de vergunning onrechtmatig was vanwege ontoelaatbare stankhinder en het niet naleven van afstandseisen uit de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning onvoldoende was gemotiveerd. Zo werd de ziekenboeg niet als emissiepunt meegenomen, terwijl deze ook varkens huisvest, en werd onterecht aangenomen dat stal F volledig mechanisch geventileerd was. Hierdoor werd de afstand tot woningen onjuist berekend, wat strijdig is met de Wet milieubeheer.
Daarnaast was de beoordeling van cumulatieve stankhinder onvoldoende onderbouwd, omdat verweerders geen objectieve milieuhygiënische norm hadden gehanteerd. De vergunningverlening was daarom niet deugdelijk gemotiveerd en moest worden vernietigd.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de gemeente Ede tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de revisievergunning is vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met milieuregels.