ECLI:NL:RVS:2002:AE2424
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Kamer voor de Binnenvisserij bij verbinden voorschriften aan huurovereenkomst aalvisrecht
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht die het besluit van de Kamer voor de Binnenvisserij vernietigde. De Kamer had de huurovereenkomst inzake het aalvisrecht verlengd onder de voorwaarde dat de huurder een vergunning moest verlenen aan een derde voor het vissen op aal in een specifiek deel van het viswater.
De rechtbank oordeelde dat de Kamer haar bevoegdheid had overschreden door in een privaatrechtelijke kwestie in te grijpen zonder dat de doelmatige bevissing in gevaar was. De Raad van State corrigeerde deze interpretatie en stelde dat de Visserijwet 1963 de Kamer wel degelijk toestaat om dergelijke voorschriften te verbinden, mits zij naar billijkheid beslist en een belangenafweging maakt.
De Raad van State constateerde echter dat de Kamer onvoldoende inzicht heeft gegeven in de belangenafweging, waarbij de belangen van de huurder onvoldoende zijn meegewogen. Hierdoor was de motivering van het besluit ondeugdelijk, wat vernietiging rechtvaardigt. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van gronden, en de Kamer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden en het besluit van de Kamer wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.