ECLI:NL:RVS:2002:AE2061
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen vergoeding rechtsbijstand in zaak Europese Commissie
Appellant heeft rechtsbijstand verleend in een zaak voor de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens en een declaratie ingediend voor 49 uur en 10 minuten. Het bureau rechtsbijstandvoorziening kende een vergoeding toe voor minder dan 15 uur, waarna beroep en hoger beroep werden ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat zaken voor de Europese Commissie of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens niet als procedures in de zin van artikel 1 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr) worden aangemerkt. Vergoedingen voor dergelijke zaken vallen onder een andere regeling (§ 3 van hoofdstuk II Bvr). Het beroep van appellant dat dit stelsel strijdig zou zijn met artikel 6 EVRM Pro wordt verworpen omdat artikel 6 EVRM Pro alleen nationale procedures betreft.
Voorts faalt het verweer dat appellant niet op de hoogte was van het vereiste van voorafgaande toestemming voor meer dan 15 uur rechtsbijstand. Het Bvr is een algemeen verbindend voorschrift en onbekendheid met het vereiste kan niet worden ingeroepen. De rechtbank had het beroep al ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat de vergoeding terecht is beperkt tot minder dan 15 uur.