ECLI:NL:RVS:2002:AE1241
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- H. Bekker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geschiktheid voor motorrijtuigbestuur vanwege gebruik Ritalin
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de weigering van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) centraal om aan betrokkene een verklaring van geschiktheid af te geven voor het besturen van motorrijtuigen van categorie C en E bij C, vanwege het gebruik van het (psycho)stimulantium Ritalin. De rechtbank had het besluit van het CBR vernietigd omdat het CBR onvoldoende rekening had gehouden met individuele factoren en de bijzondere werking van Ritalin bij ADHD-patiënten.
De Raad van State overwoog dat paragraaf 10.1 van de Regeling ruimte biedt om individuele omstandigheden mee te wegen bij de beoordeling van rijgeschiktheid, ondanks dat paragraaf 10.2.2 stimulantia in algemene zin als ongeschikt makend voor deelname aan het gemotoriseerde verkeer aanmerkt. Ritalin, gebruikt in de behandeling van ADHD, valt weliswaar onder psychostimulantia, maar kan niet zonder meer worden aangemerkt als ongeschikt makend.
De Raad stelde vast dat het CBR niet alleen op grond van het algemeen verbindend voorschrift mocht weigeren, maar de bijzondere omstandigheden en adviezen van deskundigen mee had moeten wegen en motiveren. Het hoger beroep van het CBR werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het CBR veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring van geschiktheid vernietigd.