ECLI:NL:RVS:2001:ZF4310
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanlegvergunning in agrarisch gebied met landschappelijke waarde
Appellante heeft bij burgemeester en wethouders van Schoorl een vergunning aangevraagd voor het aanleggen van een waterpartij, drie duintjes, het planten van bomen en het aanbrengen van erfverharding op een perceel met de bestemming 'agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde'. Burgemeester en wethouders hebben deze vergunning geweigerd omdat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Appellante heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij de Raad van State is overwogen dat het aanbrengen van erfverharding strijdig is met de bestemming en dat niet aannemelijk is gemaakt dat de aanleg van de waterpartij en duintjes en het planten van bomen binnen het toegestane gebruik voor behoud en herstel van landschappelijke waarden valt. Ook kon geen toepassing worden gegeven aan een anticipatieprocedure omdat geen voorbereidingsbesluit of ontwerp herziening van het bestemmingsplan bestond.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat dit geen vergunning kan rechtvaardigen die in strijd is met de wet. Evenmin is sprake van détournement de pouvoir of een onpartijdige rechterlijke beoordeling. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de aanlegvergunning bevestigd.