ECLI:NL:RVS:2001:AB1858
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hoger beroep tegen nadere beslissing op bezwaar bouwvergunning serre
Appellant had een bouwvergunning voor het plaatsen van een serre aangevraagd en na bezwaar werd de vergunning onder voorwaarden verleend. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel stelde op 9 juni 1998 een nadere beslissing op bezwaar vast waarin een voorwaarde aan de vergunning werd verbonden. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank tegen deze nadere beslissing. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van dit beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit van 9 juni 1998 moet worden aangemerkt als een nadere beslissing op bezwaar waartegen beroep openstaat bij de rechtbank. Het beroep van appellant moet worden gezien als gericht tegen deze nadere beslissing. De rechtbank had zich daarom niet onbevoegd moeten verklaren.
Omdat appellant geen uitdrukkelijk hoger beroep instelde tegen de uitspraak van de rechtbank, maar de Afdeling aannemelijk acht dat appellant door de gang van zaken in verwarring is gebracht, wordt het beroepschrift van appellant mede aangemerkt als hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroepschrift wordt teruggezonden aan de rechtbank voor verdere behandeling.
Er worden geen proceskosten toegekend. De Afdeling benadrukt dat de rechtbank wel bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen de nadere beslissing op bezwaar.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroepschrift wordt teruggezonden voor verdere behandeling.