ECLI:NL:RVS:2000:AA7389
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- C. de Gooijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving bedrijfsactiviteiten en verharding perceel te Gendt
Appellante verzocht burgemeester en wethouders van Gendt om handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel door een derde, dat in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en een bouwvergunning. De burgemeester en wethouders weigerden dit, waarna de president van de arrondissementsrechtbank het bezwaar vernietigde en een nieuw besluit beval. Burgemeester en wethouders handhaafden vervolgens hun weigering, waarop appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat burgemeester en wethouders ten onrechte niet bevoegd waren om handhavend op te treden tegen de verharding van het perceel, en dat de motivering omtrent de afwijkingen van de bouwvergunning voor de loods onvoldoende is. Daarnaast is vastgesteld dat de bedrijfsactiviteiten niet binnen de toekomstige bestemming 'Tuincentrum' vallen en dat er geen concreet zicht is op legalisering, waardoor handhaving vereist is.
De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het nieuwe besluit betrof, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt burgemeester en wethouders in de proceskosten. Burgemeester en wethouders worden opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders om niet handhavend op te treden wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt binnen zes weken bevolen.