ECLI:NL:RVS:2000:AA6469
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid bij niet-operatief verwijderde hersentumor
Appellant verzocht het CBR om afgifte van een verklaring van geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen, maar het CBR weigerde dit omdat zijn hersentumor niet operatief was verwijderd, conform paragraaf 7.5 van de Regeling rijbewijzen. Appellant voerde aan dat hij medisch rijgeschikt was na succesvolle radiotherapie en chemotherapie en dat de regeling onvoldoende rekening houdt met recente medische ontwikkelingen.
De president van de arrondissementsrechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Afdeling overwoog dat paragraaf 7.5 een algemeen verbindend voorschrift is dat ook gevallen zonder operatie omvat, en dat het CBR terecht onder een operatie een chirurgische ingreep verstaat.
De Raad van State verwierp het betoog dat de regeling appellant niet mocht worden tegengeworpen vanwege veranderde medische inzichten, omdat het aan de regelgever is om de regeling aan te passen en de rechter niet in de billijkheid van de regeling treedt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van het CBR bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het CBR om een verklaring van geschiktheid af te geven wordt bevestigd.