ECLI:NL:RVS:2000:AA4969
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt belanghebbendheid nabestaanden bij bouwvergunning crematorium
Burgemeester en wethouders van Doorn verleenden op 10 december 1996 een bouwvergunning aan G.W.E. Beheer B.V. voor het oprichten van een crematorium/rouwcentrum op de algemene begraafplaats aan de Oude Arnhemse Bovenweg 1 te Doorn. Nabestaanden maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd door het gemeentebestuur niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid.
Tegen deze uitspraak stelde het college van burgemeester en wethouders hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de nabestaanden als belanghebbenden konden worden aangemerkt bij de verleende bouwvergunning. De Raad van State oordeelde dat de nabestaanden, als eigenaren van een graf op de begraafplaats en vanwege de aanwezigheid van hun (schoon)ouders aldaar, een kenmerkend en individualiseerbaar belang hebben in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verwierp het argument van het college dat de nabestaanden reeds bij de aankoop van het graf op de hoogte waren van de mogelijke bouw van een crematorium, en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad het college tot betaling van proceskosten aan de nabestaanden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van burgemeester en wethouders van Doorn wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.