ECLI:NL:RVS:2000:AA4969

Raad van State

Datum uitspraak
4 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
H01.99.0487
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
  • J.H.B. van der Meer
  • J.H. Grosheide
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Raad van State bevestigt belanghebbendheid nabestaanden bij bouwvergunning crematorium

Burgemeester en wethouders van Doorn verleenden op 10 december 1996 een bouwvergunning aan G.W.E. Beheer B.V. voor het oprichten van een crematorium/rouwcentrum op de algemene begraafplaats aan de Oude Arnhemse Bovenweg 1 te Doorn. Nabestaanden maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd door het gemeentebestuur niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid.

Tegen deze uitspraak stelde het college van burgemeester en wethouders hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de nabestaanden als belanghebbenden konden worden aangemerkt bij de verleende bouwvergunning. De Raad van State oordeelde dat de nabestaanden, als eigenaren van een graf op de begraafplaats en vanwege de aanwezigheid van hun (schoon)ouders aldaar, een kenmerkend en individualiseerbaar belang hebben in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad van State verwierp het argument van het college dat de nabestaanden reeds bij de aankoop van het graf op de hoogte waren van de mogelijke bouw van een crematorium, en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad het college tot betaling van proceskosten aan de nabestaanden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van burgemeester en wethouders van Doorn wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

Raad van State
H01.99.0487
Datum uitspraak: 4 FEB.
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
burgemeester en wethouders van Doorn, appellanten,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Utrecht van 2 maart 1999 in het geding tussen: [nabestaande 1] en [nabestaande 2] te [woonplaats] en appellanten.
1 . Procesverloop
Bij besluit van 10 december 1996 hebben appellanten aan G.W.E. Beheer B.V. te Zeist bouwvergunning verleend voor het oprichten van een crematorium/rouwcentrum op de algemene begraafplaats aan de Oude Arnhemse Bovenweg 1 te Doorn.
Bij besluit van 1 april 1997 hebben appellanten het hiertegen: door [nabestaande 1] en [nabestaande 2] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften van 14 maart 1997, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 2 maart 1999, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Utrecht (hierna: de rechtbank) het tegen dit besluit door : [nabestaande 1] en [nabestaande 2] ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 1 april 1999, bij de Raad van State ingekomen op 2 april 1999, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 mei 1999. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 8 september 1999 hebben : [nabestaande 1] en [nabestaande 2] een memorie van antwoord ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 januari 2000, waar appellanten, vertegenwoordigd door H.J Knibbe, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn : [nabestaande 1] en [nabestaande 2] als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het hoger beroep van appellanten richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat appellanten : [nabestaande 1] en [nabestaande 2 (hierna: de familie [nabestaanden]) ten onrechte niet als belanghebbenden bij de verleende bouwvergunning hebben aangemerkt.
2.2. De rechtbank heeft op goede gronden overwogen dat de familie [nabestaanden] als eigenaar van een graf op de ter plaatse aanwezige algemene begraafplaats en vanwege de omstandigheid dat haar (schoon)ouders aldaar zijn begraven als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is aan te merken. Onder de gegeven omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat zij geen kenmerkend, individualiseerbaar belang heeft bij het besluit waarbij de bouwvergunning is verleend.
Anders dan appellanten hebben betoogd, biedt de omstandigheid dat de familie [nabestaanden] reeds bij de aankoop van het graf op de hoogte was van de mogelijkheid dat op de algemene begraafplaats een crematorium zou worden gebouwd, geen grond voor een ander oordeel.
Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Appellanten dienen op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. veroordeelt burgemeester en wethouders van Doorn in de door: [nabestaande 1] en [nabestaande 2] in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van f 71,90; dit bedrag dient door gemeente Doorn te worden betaald aan : [nabestaande 1] en [nabestaande 2].
Aldus vastgesteld door mr C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr J.H.B. van der Meer en mr J.H. Grosheide, Leden, in tegenwoordigheid van mr P.S. Beekman, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Beekman
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2000
12-259.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,