ECLI:NL:RVS:1999:ZF3911
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- R.W.L. Loeb
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot beslissing op verzoeken om schadevergoeding na maatregelen op grond van de Veewet
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de vraag wie bevoegd is om te beslissen op verzoeken om schadevergoeding die voortvloeien uit maatregelen genomen op grond van de Veewet. Na het opleggen van maatregelen door de inspecteurdistrictshoofd van de veterinaire dienst, die door A. en anderen werden bestreden, heeft de rechtbank de besluiten vernietigd en geoordeeld dat de minister niet bevoegd was om op de schadevergoedingsverzoeken te beslissen.
De Raad van State stelt in hoger beroep vast dat de inspecteurdistrictshoofd slechts een adviserende rol heeft en dat de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid bij de burgemeester ligt, die op zijn beurt onder de minister valt. Hierdoor kan de minister wel degelijk beslissen op de verzoeken om schadevergoeding. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Er worden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van de juiste toedeling van bevoegdheden binnen het bestuursrechtelijke kader van de Veewet.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug.