ECLI:NL:RVS:1999:AA5389
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.H. Lauwaars
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Rechtsvraag over verkeersbegeleidingstarief voor zeeschepen en EU-rechtelijke toetsing
De Inspecteur legde Nedlloyd Lijnen B.V. verkeersbegeleidingstarieven (VBS-tarief) op voor zeeschepen, welke Nedlloyd betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het tarief niet representatief is voor de verleende individuele diensten en mogelijk onrechtmatig is.
De Raad van State heroverwoog dit en concludeerde dat het VBS-tarief weliswaar een individuele dienst betreft, gericht op individuele schepen, en dat het tarief gebaseerd op de lengte van het schip een redelijke benadering is van de kostenverdeling. De Raad verwierp het oordeel van de rechtbank dat het tarief niet representatief zou zijn.
Daarnaast onderzocht de Raad mogelijke conflicten met volkenrechtelijke verdragen en het Europese recht, waaronder het vrije verkeer van goederen en diensten, mededingingsrecht en staatssteun. De Raad stelde dat het VBS-tarief geen in- of uitvoerrecht is, geen discriminatie inhoudt en een maatregel is die de openbare veiligheid dient. De Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie om nadere duidelijkheid te verkrijgen over de rechtmatigheid van het tarief binnen het EU-recht en schortte de behandeling van het beroep op.
Uitkomst: De behandeling van het beroep wordt geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie.