ECLI:NL:RVS:1999:AA5057
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- F.P. Zwart
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorkeursrecht gronden Leidsche Rijn met globale bestemmingsomschrijving niet in strijd met Wvg
De gemeenteraad van Utrecht stelde met toepassing van artikel 8a van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) gronden aan de Taatsendijk en Groenewoudsedijk aan als voorkeursrechtelijk gebied. Stevin maakte bezwaar tegen dit besluit, dat uiteindelijk door de rechtbank Utrecht werd vernietigd omdat de bestemming te globaal zou zijn vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat in de eerste fase van ruimtelijke planvorming een globale, abstracte bestemmingsomschrijving gebruikelijk en toelaatbaar is. Een gedetailleerde percelenbestemming is nog niet beschikbaar, en wachten daarop zou de doelstellingen van het voorkeursrecht frustreren.
Daarnaast blijkt uit het Masterplan Leidsche Rijn dat de toegedachte bestemming afwijkt van het huidige gebruik, waarmee aan artikel 8, tweede lid, Wvg wordt voldaan. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vestiging van voorkeursrecht met globale bestemmingsomschrijving wordt bevestigd.