ECLI:NL:RVS:1999:AA4098
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- J.H. Grosheide
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking correspondentie Kroonprins over IOC-lidmaatschap
De zaak betreft een verzoek van een verslaggever van de Volkskrant om correspondentie tussen de Kroonprins en de Minister over het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Minister weigerde dit op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wob, omdat openbaarmaking de eenheid van de Kroon in gevaar zou brengen.
De president van de arrondissementsrechtbank Amsterdam vernietigde deze weigering wegens onvoldoende motivering en onvolledige inzage in de stukken. Zowel de Minister als de verslaggever stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de absolute uitzonderingsgrond van artikel 10 Wob Pro terecht werd toegepast ter bescherming van de eenheid van de Kroon, dat deze grondslag een deugdelijke motivering bevatte en dat de rechterlijke toetsing aan artikel 8:29 Awb Pro voldeed aan de eisen van artikel 13 EVRM Pro. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de president en verklaarde het beroep van de verslaggever ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van openbaarmaking van correspondentie tussen Kroonprins en Minister op grond van bescherming eenheid van de Kroon.