ECLI:NL:RVS:1999:AA3626
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.M.S. Leyten-de Wijkerslooth
- J.P.H. Donner
- V.N.M. Korte-van Hemel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning varkensmesterij wegens onvoldoende motivering stank- en geluidshinder
Verweerders verleenden op grond van de Wet milieubeheer een vergunning aan appellant sub 2 voor het oprichten en exploiteren van een varkensmesterij. Diverse appellanten maakten bezwaar tegen het besluit en stelden onder meer dat de vergunning onvoldoende was onderbouwd op het gebied van stank- en geluidshinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van appellant sub 1 grotendeels niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van bezwaren. Wel werd geoordeeld dat de bedenkingen van het 'Actie Comité Varkens Nee' ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard, omdat verweerders geen herstelmogelijkheid hadden geboden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat verweerders zich niet voldoende hadden gebaseerd op een milieuhygiënische onderbouwing bij de beoordeling van stankhinder, dat de cumulatie van stank onvoldoende was gemotiveerd en dat de geluidvoorschriften niet adequaat waren gemotiveerd en niet de juiste referentiepunten hanteerden. Ook het voorschrift dat deuren en ramen gesloten moesten blijven werd vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing. Gelet op het belang van deze gebreken werd het besluit in zijn geheel vernietigd en werden verweerders veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de varkensmesterij wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van stank- en geluidshinder.