ECLI:NL:RBZWO:2003:AO0519
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid proeftijdbeding na doorstart en doorbetaling loon bij arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de rechtsgeldigheid van een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst die werd aangegaan na een doorstart van een failliete werkgever. De werknemer was bij de failliete vennootschap in dienst en trad vrijwel direct na het faillissement in dienst bij de doorstartende vennootschap, KPB International B.V. (KPB).
De kantonrechter stelt vast dat het proeftijdbeding nietig is omdat KPB in feite de opvolger is van de vorige werkgever en de werknemer dezelfde werkzaamheden bleef verrichten voor dezelfde opdrachtgever. Het proeftijdbeding is niet bedoeld om financiële tegenvallers bij de werkgever af te wentelen op de werknemer. Omdat het proeftijdbeding nietig is, is het ontslag op die grond niet rechtsgeldig en moet het loon worden doorbetaald.
KPB heeft een beroep gedaan op dwaling om de arbeidsovereenkomst te vernietigen, maar dit wordt afgewezen omdat KPB zich niet heeft geïnformeerd over de geldigheid van het beding en een overeenkomst zonder proeftijd niet nutteloos is. Ook is de opzegging van de arbeidsovereenkomst nietig vanwege het bestaan van een opzegverbod wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
De kantonrechter veroordeelt KPB tot betaling van het loon en vakantietoeslag vanaf 17 februari 2003 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. KPB wordt in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het proeftijdbeding is nietig verklaard en KPB is veroordeeld tot doorbetaling van loon en vakantietoeslag vanaf 17 februari 2003 tot het einde van de arbeidsovereenkomst.