ECLI:NL:RBZWO:2003:AI1158
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit toepassing hygiëne- en veiligheidsregels op stranden
Eiseres betwistte het besluit van verweerder waarbij de artikelen 34 tot en met 50 van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden van toepassing werden verklaard op haar stranden te C. Verweerder had deze regels reeds per brief van 1 mei 2002 met onmiddellijke ingang voor het zwemseizoen 2002 van toepassing verklaard. Eiseres stelde bezwaar en beroep in tegen het latere besluit van 14 januari 2003, waarin dit werd gehandhaafd.
De rechtbank stelde zich eerst de vraag of het besluit tot van toepassing verklaring een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is en oordeelde bevestigend, aangezien het zelfstandige rechtsgevolgen inhoudt en verplichtingen oplegt. Ook de brief van 1 mei 2002 werd als besluit aangemerkt, omdat daarin de onmiddellijke werking werd bepaald.
Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling van het besluit van januari 2003. Gedurende het zwemseizoen 2002 heeft eiseres niet voldaan aan de categorie C-eisen, maar er is geen controle of sancties geweest. Hierdoor heeft eiseres geen nadeel ondervonden van het besluit en is het beroep feitelijk overbodig geworden.
De rechtbank wees erop dat de Awb voldoende mogelijkheden biedt voor rechterlijke toetsing van besluiten met beperkte geldigheid en dat het feit dat het beroep na afloop van het seizoen werd ingesteld niet tot onrechtvaardigheid leidt. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van de hygiëne- en veiligheidsregels op de stranden werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.