ECLI:NL:RBZWB:2026:94
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst inzake vervolgingskosten inkomstenbelasting
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen een belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst. Het beroep van de belanghebbende was gericht tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 31 december 2024, die betrekking had op de in rekening gebrachte vervolgingskosten op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de ontvanger uit coulance de in rekening gebrachte kosten volledig heeft verminderd. Hierdoor was er geen procesbelang meer voor de belanghebbende, wat leidde tot de beslissing om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het griffierecht te vergoeden, aangezien de ontvanger al voor het instellen van beroep aan het bezwaar tegemoet was gekomen. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.