ECLI:NL:RBZWB:2026:9
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een naheffingsaanslag Bpm en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, die op 10 november 2023 een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) heeft opgelegd van € 2.899. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 behandeld, waarbij mr. M.U. Sahin namens belanghebbende en twee inspecteurs namens de Belastingdienst aanwezig waren.
De rechtbank heeft vastgesteld dat belanghebbende op 11 maart 2022 aangifte heeft gedaan voor de registratie van een Jaguar F-Type P300 RWD en een Bpm van € 14.164 heeft voldaan. De inspecteur heeft een hertaxatie laten uitvoeren, waaruit bleek dat de verschuldigde Bpm € 17.063 zou bedragen. De rechtbank heeft de beroepsgronden van belanghebbende beoordeeld en geconcludeerd dat de naheffingsaanslag terecht was, maar te hoog was vastgesteld. De rechtbank heeft de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 65.517 en de verschuldigde Bpm op € 16.883, waardoor de naheffingsaanslag moest worden verminderd naar € 2.719.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft vastgesteld dat de redelijke termijn met elf maanden is overschreden en heeft een schadevergoeding van € 1.000 toegewezen, waarvan € 273 voor rekening van de inspecteur en € 727 voor rekening van de Staat. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag verminderd, en vergoedingen voor immateriële schade en proceskosten toegewezen aan belanghebbende.