ECLI:NL:RBZWB:2026:884

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
25/5800
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College moet binnen vier maanden nieuw besluit nemen na overschrijding beslistermijn

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen. Na eerdere uitspraken waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, heeft het college niet tijdig op het bezwaar beslist. Eisers stelden het college op 8 september 2025 in gebreke en dienden vervolgens beroep in wegens overschrijding van de beslistermijn.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het college niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Het college gaf aan dat de overschrijding te wijten was aan vakantieperiode, beperkte personeelscapaciteit en nader juridisch onderzoek, en vroeg om een langere beslistermijn vanwege een uitgebreide procedure voor een omgevingsvergunning.

De rechtbank stelt een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen het college alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Het griffierecht wordt aan eisers vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 februari 2026.

Uitkomst: Het college moet binnen vier maanden een nieuw besluit nemen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5800

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen

[eisers] , uit [woonplaats] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen.

Inleiding

1. Bij uitspraak van 30 juni 2023 heeft de rechtbank het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers tegen het besluit van 22 april 2020. [1] Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van 30 juni 2023 bevestigd. [2] Eisers hebben de rechtbank daarna laten weten dat het college niet opnieuw heeft beslist op hun bezwaar en dat zij het daar niet mee eens zijn. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat zij hebben ingesteld omdat het college niet op tijd heeft beslist.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [3]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Niet in geschil is dat er sprake is van een overschrijding van de beslistermijn. Eisers hebben het college op 8 september 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan.
Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd?
4. Omdat het college nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
4.1.
Het college geeft in het verweerschrift van 19 december 2025 aan dat de reden van het overschrijden van de beslistermijn is gelegen in de vakantieperiode, de beperkte personeelscapaciteit en het uitvoeren van nader juridisch onderzoek. Het college heeft gevraagd om een langere beslistermijn, omdat het voornemens is via een uitgebreide procedure alsnog een omgevingsvergunning te verlenen. Het college streeft ernaar om binnen 4-5 maanden een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank moet een beslistermijn recht doen aan de reële mogelijkheid om te beslissen, maar ook aan het belang om binnen afzienbare tijd een beslissing te ontvangen. De rechtbank acht het aangewezen om het college een langere termijn te geven, omdat het volgen van een uitgebreide procedure voor een omgevingsvergunning geruime tijd in beslag neemt. De rechtbank bepaalt die termijn op vier maanden na verzending van deze uitspraak, mede gelet op de inmiddels verstreken tijd sinds de indiening van het verweerschrift.
Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen, het college vier maanden de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden. Eisers hebben geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het college op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het college aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eisers moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 11 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

3.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.