ECLI:NL:RBZWB:2026:819
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende aannemelijkheid laag inkomen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout om hun aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag af te wijzen. De aanvraag was aanvankelijk buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van gevraagde gegevens over Marktplaatsadvertenties. Na heroverweging stelde het college vast dat het inkomen van eisers over de referteperiode niet kon worden vastgesteld en dat zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij een langdurig laag inkomen hadden van niet meer dan 110% van de bijstandsnorm.
Eisers voerden aan dat het college onvoldoende zorgvuldig had gehandeld en dat het inkomen schattenderwijs had moeten worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de financiële situatie van eisers onduidelijk was en dat zij geen deugdelijke administratie hadden overgelegd over hun handel via Marktplaats, zoals ook in een eerdere uitspraak was vastgesteld. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het inkomen onder de gestelde norm lag.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier S. Constant op 10 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wordt ongegrond verklaard omdat het inkomen niet aannemelijk is gemaakt.