Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar, maar heeft het griffierecht van €385,- niet binnen de gestelde termijn betaald. De griffier heeft eiseres tweemaal schriftelijk gewezen op de betaling, waarvan de tweede brief aangetekend was en door eiseres is ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is, omdat eiseres geen geldige reden heeft gegeven voor het verzuim. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld.
Daarnaast verzocht eiseres om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. De rechtbank wijst dit verzoek af, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad dat in dit soort gevallen geen uitspraak behoeft te worden gedaan over dergelijke schadevergoedingen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af en laat het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.