Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Goes. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk en vernietigde de naheffingsaanslag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en behandelde alleen het geschil over de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De heffingsambtenaar stelde een wegingsfactor van 0,25 voor vanwege het gebruik van standaard bezwaarschriften met minimale aanpassingen, terwijl gemachtigde een hogere factor van 0,5 bepleitte. De rechtbank oordeelde dat een wegingsfactor van 0,25 passend is gezien de lichte aard van de zaak en het standaardkarakter van de bezwaarschriften.
Voor de bezwaarfase werd een vergoeding van €333,- vastgesteld en voor de beroepsfase €233,50. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €51,-. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag zelf. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.