Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met 5 producties;
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier zittingsaantekeningen zijn gemaakt.
3.De feiten
4.Het geschil
- het tijdstip waarop de huurovereenkomst tussen partijen eindigt vast te stellen op (primair) datum vonnis, dan wel (subsidiair) 31 augustus 2026, dan wel (meest subsidiair) een nader vast te stellen datum;
- InBev te veroordelen het gehuurde uiterlijk (primair) binnen twee weken na het vonnis, dan wel (subsidiair) 31 augustus 2026, dan wel een nader vast te stellen datum, te ontruimen met afgifte van de sleutels;
- InBev te veroordelen in de kosten van de procedure.