Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 23 april 2025 verweerder had opgedragen binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank sluit aan bij de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, die een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn hanteert. In dit geval is deze termijn al verstreken, waardoor verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 3 februari 2026.