Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn had beslist op haar bezwaar. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin verweerder werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, maar dit is niet gebeurd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat de wettelijke beslistermijn op 18 mei 2023 is verstreken en inmiddels meer dan 60 weken zijn verstreken sinds het einde van die termijn. De rechtbank sluit aan bij de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van 60 weken hanteert, waarna een termijn van twee weken geldt.
Omdat de termijn van 60 weken is verstreken, legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500. Tevens wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 februari 2026 door rechter S.A.M.L. van de Sande. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.