ECLI:NL:RBZWB:2026:5810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde bedrijfswoning wegens onvoldoende vergelijkbaarheid referentiewoningen
Belanghebbende, eigenaar van een bedrijfswoning uit 1955 met een gebruikersoppervlakte van 145 m2, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €191.000 voor het belastingjaar 2023. Na een ongegrond verklaard bezwaar ging belanghebbende in beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De heffingsambtenaar gebruikte in beroep een matrix met drie reguliere woningen als referentiewoningen, getaxeerd op €219.000. Belanghebbende betwistte de vergelijkbaarheid van deze woningen vanwege het bedrijfsbestemming van zijn woning en de ligging. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende had toegelicht waarom reguliere woningen als referentie werden gebruikt en dat het verschil in bestemming niet was verwerkt in de waardering.
Omdat de heffingsambtenaar niet voldeed aan zijn bewijslast en belanghebbende zijn eigen waarde van €182.000 onvoldoende aannemelijk maakte, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €188.000. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar, vermindert de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienovereenkomstig, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarde van de bedrijfswoning tot €188.000 en vernietigt de uitspraak op bezwaar.