Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het afslaan zonder richting aan te geven op de Backer en Ruebweg te Breda op 21 augustus 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep behandeld door de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd voldoende vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en het dossier. De ontkenning van betrokkene was onvoldoende om twijfel te zaaien. De boete was dus terecht opgelegd.
Echter, de kantonrechter constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar duurde. Op grond hiervan matigde de kantonrechter de boete met 25%. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moest worden terugbetaald aan betrokkene.
De uitspraak werd gedaan op 9 juni 2026 door kantonrechter K. Verschueren, waarbij betrokkene niet aanwezig was. De boete werd gematigd tot € 82,50 plus € 9 administratiekosten, en een bedrag van € 27,50 werd terugbetaald.
Uitkomst: De boete wegens afslaan zonder richting aangeven wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.