Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig, vastgesteld op 10 november 2023 via RDW-registercontrole. Betrokkene voerde aan dat het voertuig geschorst was en in opslag stond, en niet op de openbare weg werd gebruikt.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht om matiging van de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat betrokkene niet tijdig actie heeft ondernomen. De boete is terecht opgelegd, maar de procedure duurde langer dan de toegestane termijn van twee jaar.
Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%, waardoor het bedrag werd verlaagd tot € 337,50 plus administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van € 112,50 terug te betalen. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.