ECLI:NL:RBZWB:2026:5747

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
11576494 \ MB VERZ 25-379
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 2 lid 1 onder d Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A27 te Nieuwendijk op 26 oktober 2023. Betrokkene ontkent de overtreding niet, maar stelt dat de telefoon in een houder zat en handsfree was gekoppeld, en dat het vasthouden een reflex was toen de telefoon uit de houder viel.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelt dat de gedraging weliswaar heeft plaatsgevonden, maar dat de omstandigheden aanleiding geven tot matiging van de boete. Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, wat een extra matiging rechtvaardigt.

De boete wordt gematigd tot de helft vanwege de omstandigheden en vervolgens met 25% vanwege de termijnoverschrijding. Betrokkene krijgt een deel van de betaalde zekerheid terugbetaald en een reiskostenvergoeding toegekend voor het bijwonen van de zitting. De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11576494 \ MB VERZ 25-379
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 9 juni 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg (A27) te Nieuwendijk op 26 oktober 2023 om 15:03 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat haar telefoon in de houder zat en handsfree gekoppeld was aan het voertuig. Plotseling viel de telefoon uit de houder en kon betrokkene hem in een reflex gelukkig nog net opvangen. Betrokkene wilde in deze situatie stoppen op de vluchtstrook om de telefoon weer juist te bevestigen, maar werd toen door de verbalisant gepasseerd. De situatie berust dus op pure pech en er is geen sprake van een bewuste of onbewuste overtreding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat magneethouders op een gegeven moment minder goed werken en er voor betrokkene geen reden bestond om het apparaat vast te houden tijdens het rijden. De boete is dan ook zuur, omdat je er alles aan doet om je rit zo veilig mogelijk te maken en geen gevaar of hinder te veroorzaken. Gevoelsmatig is deze situatie geen overtreding. Verder wordt om een reiskostenvergoeding verzocht.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene ontkent de gedraging niet, maar voert omstandigheden aan. Deze omstandigheden vormen geen reden voor een matiging. Het vasthouden alleen al is voldoende en daar is in dit geval sprake van. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet, maar beroept zich op omstandigheden.
De boete is dus terecht opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene consistent is in haar verhaal. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Reiskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen voor de reiskosten die betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting. Dit geldt enkel voor betrokkene zelf, niet voor de belangstellende die zij heeft meegenomen naar zitting. De reiskosten worden, ingevolge artikel 2, lid 1, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, vastgesteld, op basis van de kosten van openbaar vervoer, op € 46,41.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 142,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 82,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 46,41.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: