Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 11 km per uur te hard op de A59 buiten de bebouwde kom op 12 maart 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de overtreding vaststaat en de boete terecht is opgelegd. De stelling van de gemachtigde dat de hoorplicht is geschonden wordt verworpen, omdat de gemachtigde niet op de juiste wijze heeft verzocht om het hoorgesprek te verplaatsen. Hierdoor is geen schending van de hoorplicht.
Wel is de redelijke termijn overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd. Daarom wordt de boete gematigd met 25%. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete wordt met 25% gematigd en proceskostenvergoeding wordt toegekend.