Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een plek bestemd voor taxi’s bij een ziekenhuis in Breda, terwijl het voertuig niet tot de toegestane categorie behoorde. Betrokkene parkeerde op aanwijzing van ziekenhuispersoneel omdat hij zijn moeder, die net een onderbeenamputatie had ondergaan, kwam ophalen en een rolstoel bij zich had. Ondanks uitleg schreven verbalisanten de boete uit.
Betrokkene stelde dat er sprake was van een laad- en losactiviteit en dat hij handelde op instructie van het personeel. De officier van justitie vond de boete terecht, maar erkende een overschrijding van de redelijke termijn en stelde matiging voor.
De kantonrechter stelde vast dat de overtreding had plaatsgevonden, maar matigde de boete tot de helft vanwege de bijzondere omstandigheden en de aanwijzing van het ziekenhuispersoneel. Daarnaast werd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn de boete verder met 25% verminderd. Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wordt gematigd vanwege bijzondere omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn, het beroep is gedeeltelijk gegrond.