ECLI:NL:RBZWB:2026:5727

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
11588385 \ MB VERZ 25-410
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreding geslotenverklaring in centrum Breda

Betrokkene werd beboet voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt in Breda op 15 september 2023. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was gezien de drukte door een festival en de onmogelijkheid om veilig te keren zonder gevaar of hinder.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststond en dat de bebording correct was aangebracht. Betrokkene erkende de gedraging niet te ontkennen, maar beriep zich op de bijzondere omstandigheden.

De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor matiging van de boete met 25% gerechtvaardigd was. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.

De uitspraak werd gedaan op 9 juni 2026 door kantonrechter K. Verschueren. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11588385 \ MB VERZ 25-410
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 9 juni 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 15 september 2023 om 19:46 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt niet zomaar bebording te volgen als de situatie daar niet naar is. De beslissing van de officier van justitie doet dan ook geen recht aan de situatie zoals die in het centrum van Breda op de pleegdatum was. Het kiezen voor de veiligheid van medeweggebruikers en betrokkene zelf wordt gekwalificeerd als onvoldoende reden. Verder bestrijdt betrokkene dat op de aangeleverde foto’s bebording wordt weergegeven.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er op de pleegdatum een festival werd gehouden in het centrum van Breda, waardoor het druk was met fietsers. Op de pleeglocatie stond betrokkene voor de keuze, keren of doorrijden. Keren zou betekenen dat betrokkene zou moeten steken over de straat en achteruit zou moeten rijden. Dat zou mogelijk gevaar en hinder opleveren, waardoor betrokkene ervoor koos om door te rijden. Hier heeft betrokkene ook voor gekozen met de gedachte dat hij het uit kan leggen als hij wordt staandegehouden. Verder heeft betrokkene het vooraankondigingsbord niet gezien, maar het verbodsbord wel.
De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting schouwrapporten overhandigd en verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren, aangezien uit de rapporten blijkt dat de bebording in orde was. Gelet daarop ziet de zittingsvertegenwoordiger geen reden om te twijfelen aan de gedraging en bovendien ontkent betrokkene de gedraging ook niet. Betrokkene had inderdaad twee keuzes, maar gelet op het algemeen proces-verbaal wordt door middel van vooraankondigingsborden gewaarschuwd, waardoor betrokkene anders had kunnen en moeten handelen. De omstandigheid dat het druk was doet daar niets aan af. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet, maar beroept zich op omstandigheden. De kantonrechter heeft hier begrip voor, maar ziet hierin geen aanleiding om de boete te vernietigen, dan wel te matigen. Daarbij is van belang dat de geslotenverklaring voldoende vooraf wordt aangekondigd.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 82,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 27,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: