ECLI:NL:RBZWB:2026:5593

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
BRE 26/2663 en 26/2664
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen aanslagen inkomstenbelasting en verzuimboetes

Verzoekers, woonachtig in Portugal, hebben bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en verzuimboetes over 2019-2022. Zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waaronder schorsing van de aanslagen en een dwangsom tegen de Belastingdienst.

De voorzieningenrechter beoordeelde dat aan het vereiste van connexiteit was voldaan, maar dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de aanslagen en beschikkingen onmiskenbaar lichtvaardig of onrechtmatig waren opgelegd. De verzoeken tot schorsing werden daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Ten aanzien van de invorderingsmaatregelen verklaarde de voorzieningenrechter zich onbevoegd, omdat hierover de burgerlijke rechter moet oordelen. Verzoeken tot vergoeding van portokosten, immateriële schade en proceskosten worden pas in de bodemprocedure behandeld.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in de hoofdzaak niet. Er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van invorderingsmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 26/2663 en 26/2664

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2026 in de zaken tussen

[verzoeker] , uit [plaats] (Portugal), verzoeker

en

[verzoekster] , uit [plaats] (Portugal), verzoekster

tezamen: verzoekers
en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoekers.
1.1.
Aan verzoeker zijn over het jaar 2022 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en een verzuimboete opgelegd en is een beschikking belastingrente gegeven. Ter zake van de hiervoor bedoelde aanslag en beschikkingen zijn aan verzoeker een betalingsherinnering, een aanmaning en een dwangbevel gestuurd. Verder is aan verzoeker een herziene beschikking Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi-beschikking) gegeven.
1.2.
Aan verzoekster is een middelingsbeschikking gegeven voor de IB/PVV over het tijdvak 2019 tot en met 2021. Ten aanzien van de volgens verzoekster trage en onzorgvuldige afhandeling van het verzoek om middeling heeft verzoekster om schadevergoeding verzocht. Verder is aan verzoekster over het jaar 2022 een aanslag IB/PVV en een verzuimboete opgelegd en een beschikking belastingrente gegeven. Ter zake van de hiervoor bedoelde aanslag en beschikkingen is aan verzoekster een betalingsherinnering gestuurd. Een verzoek om kwijtschelding van de verzuimboete is afgewezen.
1.3.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de in 1.1 en 1.2 bedoelde beschikkingen en aanslagen, waarna de inspecteur uitspraken op bezwaar heeft gedaan. Tegen die uitspraken op bezwaar hebben verzoekers beroep aangetekend bij de rechtbank.
1.4.
Verzoekers verzoeken gezamenlijk de voorzieningenrechter om:
- schorsing van de aanslagen en van de NiNbi-beschikking;
- te bepalen dat geen verdere invorderingsmaatregelen genomen mogen worden;
- vergoeding van portokosten en immateriële schade;
- te bepalen dat de Belastingdienst een dwangsom van € 500 per dag verbeurt voor iedere dag dat hij zich niet aan de te treffen voorlopige voorziening houdt; en
- de Belastingdienst te veroordelen in de proceskosten van de verzoeken om een voorlopige voorziening.

Karakter voorlopige voorziening

2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ook wel bodemprocedure genoemd, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Daarbij gelden als voorwaarden dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepsprocedure loopt (vereiste van connexiteit) en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. [1] Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
2.1.
De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. [2] De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoekers stellen dat sprake is van onverwijlde spoed omdat de ontvanger de invordering voortzet, waardoor verzoekers worden geconfronteerd met financiële druk, stress, extra portokosten en immateriële schade, terwijl de kans dat zij in de hoofdzaken gelijk krijgen groot is.
3.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, voor zover de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening zouden strekken tot (tijdelijke) schorsing van de aanslagen en de daarbij gegeven beschikkingen, gelet op de in 1.3 bedoelde beroepsprocedures, voldaan aan het vereiste van connexiteit.
3.2.
Voor zover verzoekers verzoeken tot schorsing van de aanslagen, de daarbij gegeven beschikkingen en de NiNbi-beschikking, dienen zij aannemelijk te maken dat en in hoeverre de aanslagen en beschikkingen onmiskenbaar lichtvaardig of onrechtmatig zijn opgelegd. [3]
Verzoekers hebben gemeld dat zij hun woonplaats in Portugal hebben en dat alle relevante inkomsten exclusief in Portugal belastbaar zijn.
De voorzieningenrechter acht het door verzoekers aangevoerde geen reden de aanslagen, de daarbij gegeven beschikkingen en de NiNbi-beschikking als apert lichtvaardig of onrechtmatig te beoordelen. In het kader van deze voorlopige voorziening is een verdergaande beoordeling van de aanslagen, de daarbij gegeven beschikkingen en de NiNbi-beschikking niet mogelijk. De voorzieningenrechter zal de verzoeken tot schorsing van de aanslagen, de daarbij gegeven beschikkingen en de NiNbi-beschikking, als kennelijk ongegrond, afwijzen.
3.3.
Een deel van de verzoeken van verzoekers zien op de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen. De rechter in belastingzaken is onbevoegd daarover te oordelen. Vragen over de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen dienen te worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. [4] De voorzieningenrechter zal zich in zoverre dan ook onbevoegd verklaren.
3.4.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de verzoeken tot vergoeding van portokosten, immateriële schade en proceskosten pas in de bodemprocedure ter beoordeling voorliggen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af voor zover verzoekers vragen om schorsing van de aanslagen en de NiNbi-beschikking en vergoeding van portokosten, immateriële schade en proceskosten;
  • verklaart zich onbevoegd voor zover de verzoeken zien op de invorderingsmaatregelen betreffende de aanslagen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, de griffier mr. I. van Wijk is buiten staat te ondertekenen. De uitspraak wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open

Voetnoten

1.Artikel 8:81 van Pro de Awb.
2.Artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
3.Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:983, r.o. 3.6.
4.Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1981, r.o. 4.6.