ECLI:NL:RBZWB:2026:5527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Motiveringsbeginsel geschonden bij uitspraak op bezwaar OZB, beroep gegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Oisterwijk. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op € 815.000 en legde de OZB-aanslag van € 808,48 op. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk was gemotiveerd omdat de heffingsambtenaar niet op de door belanghebbende aangevoerde grieven over de geleverde gemeentelijke diensten was ingegaan, maar zich uitsluitend richtte op de WOZ-waarde. Hierdoor werd het motiveringsbeginsel geschonden en was belanghebbende genoodzaakt beroep in te stellen.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak op bezwaar werd vernietigd, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van die uitspraak in stand. De rechtbank benadrukte dat de OZB een algemene belasting is en niet afhankelijk is van de mate van profijt van gemeentelijke diensten. Belanghebbende kreeg een proceskostenvergoeding en het griffierecht werd vergoed, maar een korting op de OZB werd afgewezen.
De uitspraak onderstreept het belang van een deugdelijke motivering in bestuursrechtelijke besluiten en bevestigt dat de OZB niet kan worden verminderd op grond van vermeende tekortkomingen in gemeentelijke dienstverlening.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsbeginsel, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.