ECLI:NL:RBZWB:2026:5516
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Terneuzen
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2007 te [plaats]. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van deze woning per 1 januari 2022 vast op €466.000, waarop de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 is gebaseerd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waardebepaling, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 mei 2026, waarbij belanghebbende aanwezig was en de heffingsambtenaar niet. Verzoeken van de heffingsambtenaar tot uitstel en digitale deelname werden afgewezen omdat de rechtbank vond dat het bestuursorgaan voldoende middelen heeft om meerdere zittingen te laten bijwonen.
De rechtbank toetste de WOZ-waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de buurt en rond de waardepeildatum werden gebruikt. Belanghebbende voerde aan dat nieuwbouw achter de woning en een blinde muur, alsmede geluidsoverlast van een verwarmingssysteem, een waardedrukkend effect hebben. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen en dat zelfs bij een waardedrukkend effect de vastgestelde waarde niet te hoog was.
De rechtbank wees ook het argument van belanghebbende af dat de WOZ-waarde onevenredig was gestegen ten opzichte van voorgaande jaren, omdat de waarde per peildatum opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopcijfers. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €466.000.