ECLI:NL:RBZWB:2026:526
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2023
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning uit 1986 met diverse aanbouwen en voorzieningen, gelegen op een perceel van 450 m2. Voor het belastingjaar 2023 is de WOZ-waarde vastgesteld op €706.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting en beoordeelt het dossier op zijn eigen merites. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is getaxeerd op €762.064, waarbij gebruik is gemaakt van de wortelformule om rekening te houden met verschillen in grootte tussen de woning en de referentiewoningen. Belanghebbende heeft hiertegen geen concrete onderbouwing gegeven.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de marktgegevens op juiste wijze zijn omgezet in een waardebepaling. De toepassing van de wortelformule is gebruikelijk en is niet onjuist toegepast. Omdat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat de waarde te hoog is vastgesteld, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft zij de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €706.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd.