Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig te gebruiken. Betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat de situatie onduidelijk was door de plaatsing van het bord, zand op de tegels en tijdelijke werkzaamheden die het zicht belemmerden. Ook was het bord haaks op de weg geplaatst, waardoor het minder zichtbaar was.
De officier van justitie stelde dat het bord voldoende zichtbaar was en dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is, ongeacht opzet. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat geen sprake was van opzet, maar dat betrokkene alert had moeten zijn. Wel achtte de kantonrechter de situatie onduidelijk genoeg om de boete te matigen tot de helft.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete verder met 25% werd verminderd. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en betrokkene kreeg een deel van de betaalde zekerheid terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd vanwege onduidelijke situatie en overschrijding van de redelijke termijn.