Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5115

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
10793122 \ MB VERZ 23-1176
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens weigering medewerking speeksel- en ademonderzoek

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet meewerken aan een speeksel- en ademonderzoek op 2 september 2022 in Tilburg. Betrokkene en zijn gemachtigde ontkenden de weigering en stelden dat medewerking wel had plaatsgevonden. Tevens werd aangevoerd dat het opleggen van meerdere boetes op hetzelfde moment onzorgvuldig was.

De officier van justitie handhaafde de boete en stelde dat uit het uitgebreide proces-verbaal blijkt dat betrokkene daadwerkelijk weigerde mee te werken aan beide onderzoeken. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat de beroepsgrond faalt.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Betrokkene hoefde de zekerheidstelling niet te betalen vanwege een schuldregeling. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 934 toegekend voor de fase waarin de termijnoverschrijding plaatsvond.

De kantonrechter wijzigde het besluit van de officier van justitie door de boete te matigen tot € 187,50 plus administratiekosten en veroordeelde de officier tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10793122 \ MB VERZ 23-1176
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. G.J. Woodrow (Woodrow & Van de Kerkhof strafrechtadvocaten)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: niet meewerken onderzoek van speeksel en/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen op de Componistenlaan te Tilburg op 2 september 2022 om 00:50 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene ontkent geweigerd te hebben om zijn medewerking te verlenen aan zowel het speekselonderzoek als het uitgeademde luchtonderzoek. Zijn medewerking moge reeds voortvloeien uit het feit dat er wel onderzoek heeft plaatsgevonden. Subsidiair wordt gesteld dat het in strijd is met behoorlijk c.q. betrouwbaar overheidsoptreden dat voor diverse vermeende overtredingen forse boetes zijn opgelegd welke volgens de beschikkingen op één en dezelfde tijdstip/moment zouden zijn begaan. Er wordt kennelijk getracht zoveel mogelijk boetes op te leggen voor hetzelfde, hetgeen niet anders betiteld kan worden dan uitermate onzorgvuldig. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat een ontzettend uitgebreid aanvullend proces-verbaal, waaruit blijkt dat betrokkene niet meewerkte terwijl het werd gevorderd. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Voorts zijn twee verschillende onderzoeken gevorderd, waardoor het gaat om twee verschillende keuzes van betrokkene om te weigeren. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft de minimale zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is, gelet op de onderbouwing dat betrokkene een schuldregeling heeft, van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant uit het aanvullend proces-verbaal - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien gemachtigde voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet, gelet op het uitgebreide aanvullend proces-verbaal, in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij verwijst de kantonrechter naar ECLI:NL:GHARL:2024:455, waaruit blijkt dat een onderzoek naar uitgeademde lucht en een onderzoek naar speeksel twee verschillende gedragingen zijn met verschillende feitcodes. Derhalve faalt de beroepsgrond van gemachtigde.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- = € 934,00.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 934.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: