Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 20 augustus 2023 te Tilburg. Betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat niet aan de wettelijke bestanddelen was voldaan, onder meer omdat geen merk, type of kleur van het apparaat was genoteerd en de verbalisant niet had gehandhaafd volgens instructies.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Een enkele ontkenning en het ontbreken van details over het apparaat zijn onvoldoende om de boete te vernietigen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 934 toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter wijzigde het besluit van de officier van justitie door de boete te matigen tot € 285 plus administratiekosten en veroordeelde de officier tot vergoeding van de proceskosten. Betrokkene werd opgedragen het resterende bedrag aan zekerheid te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.