Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook aangaf op een kruispunt in Kaatsheuvel op 26 mei 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete werd opgelegd voldoende was vastgesteld en dat de verklaring van de verbalisant betrouwbaar was. Omdat de verbalisant te voet was en geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden, mocht de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd conform artikel 5 Wahv Pro en jurisprudentie.
De rechtbank constateerde echter dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van € 934 toegekend aan betrokkene voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd.