Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stilstaan op het voetpad op de Laan van KVL te Oisterwijk op 1 juni 2023. Betrokkene stelde dat de parkeervakken onduidelijk waren aangegeven door verschillende bestratingssoorten en dat het buitenste parkeervak uit twee soorten stenen bestond, waardoor het niet duidelijk was dat parkeren verboden was.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring en foto van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat de boete terecht is opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar duurde.
Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, berekend conform artikel 13a, lid 2, Wahv. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.