Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5093

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11040178 \ MB VERZ 24-515
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete parkeren gehandicaptenparkeerplaats

Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare gehandicaptenparkeerkaart op 23 juli 2023 in Tilburg. Betrokkene was op bezoek bij familie tijdens de Tilburgse kermis en parkeerde onbewust op een tijdelijke gehandicaptenparkeerplaats, waarvan de borden ver uit elkaar stonden en deels onzichtbaar waren door andere verkeersborden.

De kantonrechter oordeelt dat de overtreding is begaan en de boete terecht is opgelegd, maar erkent dat de tijdelijke situatie en onduidelijke bebording het redelijkerwijs moeilijk maakten de parkeerplaats te herkennen. Daarom wordt de boete gematigd tot de helft.

Daarnaast is de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waardoor de boete nogmaals met 25% wordt verminderd. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en een proceskostenvergoeding van €233,50 aan betrokkene te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 18 mei 2026.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot de helft en vervolgens met 25% verminderd wegens onduidelijke bebording en overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11040178 \ MB VERZ 24-515
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon 1] . Namens betrokkene is [persoon 2] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op de Gasstraat te Tilburg op 23 juli 2023 om 19:44 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt op de pleegdatum op bezoek te zijn geweest bij familie in de [straat] . Vanwege de Tilburgse kermis was het erg druk in de straat, waardoor het voertuig in de Gasstraat werd geparkeerd. Hier was door de kermis een tijdelijke gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd door de gemeente. Na terugkomst realiseerde betrokkene zich dat onbedoeld tussen twee blauwe borden met rolstoel icoon is geparkeerd. Deze twee borden stonden een goede vijf parkeervakken uit elkaar. Betrokkene is van mening dat gezien de verkeerssituatie, rijdend vanuit de eenrichtingsstraat [straat] , het vrijwel onmogelijk is om deze borden te zien. Bij het inrijden van dit gedeelte van de Gasstraat stond namelijk op het kruispunt parallel aan het eerste blauwe bord een wegversperringsbord. Als alle tijdelijke verkeersborden een felgele achtergrond hadden, was het duidelijker geweest. Gemachtigde stelt aanvullend dat de bebording niet voldoende zichtbaar was, waardoor betrokkene redelijkerwijs niet kan worden gehouden aan het betreffende gebod of verbod. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er op zondagavond gratis geparkeerd mag worden. Onbewust is op een gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd en andere bestuurders hadden ook een boete gekregen. Omdat betrokkene een stuk verder stond, had ze de bebording niet gezien. Gemachtigde heeft hieraan toegevoegd dat op de foto zichtbaar is dat het een lange parkeerstrook betreft en het niet duidelijk is tot hoe ver de pijl op het bord strekt. Daarnaast betreft het een oude zaak, waardoor verzocht wordt om de boete met 25% te matigen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het betrof een tijdelijke situatie met duidelijke bebording. Tevens was voldoende duidelijk dat het bord op meer dan een parkeervak betrekking had. Gelet op de aangevoerde omstandigheden en met name omdat betrokkene ver van het bord geparkeerd stond, in combinatie met het feit dat het om een tijdelijke situatie ging, ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding om de boete te matigen tot de helft. Het uitgangspunt blijft echter wel dat betrokkene altijd moet kijken of parkeren is toegestaan. Dat de bebording in dit geval niet is gezien komt voor eigen rekening. Verder dient de boete in verband met de overschrijding van de redelijke termijn nogmaals gematigd te worden met 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene en gemachtigde hebben aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene dient zich als weggebruiker ervan te vergewissen of parkeren op een bepaalde plaats is toegestaan. Dat betrokkene dit heeft nagelaten komt voor eigen rekening en risico. De bebording was namelijk voldoende zichtbaar. Juist bij een tijdelijke wijziging dient betrokkene extra alert te zijn op mogelijke wijzigingen in de verkeerssituatie.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene en gemachtigde hebben aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat dit bord er normaliter niet staat en het onduidelijk is tot hoe ver het bord strekt. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing. [1]
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 = € 233,50.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 131,25, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 218,75, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.