Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2021 te [geboorteplaats] .
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2022 te [geboorteplaats] .
per zes weken onder begeleiding van een professionele instantie;
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader in handen van de GI ligt.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
voorlopigeomgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen bepalen inhoudende dat zij contact met elkaar hebben eenmaal per acht weken onder begeleiding van een professionele instantie voor de duur van een uur. De rechtbank zal geen omgangsregeling bepalen tussen de minderjarigen en hun oudere zus [minderjarige 3] , nu [minderjarige 3] vanwege haar leeftijd niet in deze procedure is betrokken en de regie over deze contacten bij de GI, die in de hoedanigheid van voogdes over zowel [minderjarige 1] , [minderjarige 2] als [minderjarige 3] bij hen is betrokken, behoort te liggen. De rechtbank zal de definitieve beslissing op het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling aanhouden, in afwachting van een door de GI in te dienen korte briefrapportage met daarbij gevoegd informatie van zowel de bij [minderjarige 1] betrokken instantie [hulpverlening 2] als het bij [minderjarige 2] betrokken medisch kinderdagverblijf. In deze briefrapportages dient in ieder geval antwoord te worden gegeven op de volgende vragen;
- Wat is de visie van [hulpverlening 2] en het medisch kinderdagverblijf op de verzochte omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen, op basis waarvan zij eens per acht weken contact hebben met elkaar? Wordt deze omgangsfrequentie het meest in het belang van de minderjarigen geacht?
- Wat zien zij als voornaamste reden van de ontregeling?
- Wordt het in het belang van de minderjarigen geacht dat het contact met hun beide ouders op dezelfde dag plaatsvindt?
- Kunnen de minderjaringen het aan dat hun oudere zus [minderjarige 3] bij de contactmomenten met de moeder aansluit? Hoe wordt dit onderzocht en wordt dit geëvalueerd?
- Vindt er afstemming plaats over de minderjarigen tussen [hulpverlening 2] en het medisch kinderdagverblijf (en de GI)?
uiterlijk één week voor de hierna te noemen nadere zittingin te dienen bij de rechtbank, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de (advocaat van de) moeder.
6.De beslissing
voorlopiggerechtigd zijn tot begeleide omgang met elkaar éénmaal per acht weken onder begeleiding van een professionele instantie;
[datum] 2026 te [uur], ten overstaan van de rechter mr. Van de Merbel voor de duur van ongeveer 60 minuten, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.