ECLI:NL:RBZWB:2026:4878
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verlaagd tarief overdrachtsbelasting voor voormalige dorpshuiswoning
Belanghebbende heeft op 25 mei 2023 een onroerende zaak verkregen die voorheen dienstdeed als dorpshuis met sportzaal. Hoewel de bestemming op dat moment was gewijzigd naar wonen, kwalificeert de zaak volgens de rechtbank niet als woning voor toepassing van het verlaagde tarief overdrachtsbelasting van 2%.
De rechtbank baseert dit oordeel op het feit dat de onroerende zaak is ontstaan uit samenvoeging van twee panden, waarvan één oorspronkelijk woning was en de ander een lagere school, later verbouwd tot gymzaal en dorpshuis. Door ingrijpende verbouwingen en het samengaan van de panden is de aard als woning verloren gegaan.
Belanghebbende voerde aan dat de zaak feitelijk geschikt was voor bewoning en over alle voorzieningen beschikte, maar de rechtbank stelt dat de bewijslast hiervoor bij belanghebbende ligt en dat de feitelijke bewoning niet voldoende is. De naheffingsaanslag, belastingrente en verzuimboete zijn terecht opgelegd. De verzuimboete wordt gematigd met 5% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand, en de verzuimboete wordt verminderd tot € 2.394. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting met matiging van de verzuimboete.